Onderzoek
Historiek
Het duurde tot de jaren 60 eer slaap op een gedegen manier wetenschappelijk werd benaderd. Aanvankelijk was dit vooral beperkt tot de studie van de hersenactiviteit tijdens de slaap. Dit liet toe de verschillende slaapstadia te bepalen. Vanaf de jaren 70 begon men ook met de studie van hartactiviteit en ademhaling. Zo kwam men stilaan tot de beschrijving van verschillende ziektebeelden.
Slaaponderzoek vereist analyse en opslag van heel wat informatie. Dankzij de snelle evolutie in de informatica, werd slaaponderzoek vanaf de jaren 90 ook in de klinische praktijk mogelijk.
In 1997 werd door de dienst pneumologie gestart met slaaponderzoek. Intussen heeft de dienst heel wat expertise opgebouwd in diagnose van slaapstoornissen en inzonderheid in de behandeling van patienten met een obstructief slaapapneusyndroom. In 2002 werd het slaaplabo uitgebreid tot 2 modules.Meteen werd de dienst dan ook officieel erkend door het RIZIV.
De polysomnografie of het slaaponderzoek
Een polysomnografie of slaaponderzoek is voor de patient een weinig belastend en niet invasief onderzoek.Via kleefelectroden en sensoren worden verschillende fysiologische parameters tijdens de slaap geregistreerd, opgeslagen en geanalyseerd. Een volledig onderzoek omvat het volgen van : hersenactiviteit ( EEG,) oogbewegingen ( EOG), spiertonus ( kin EMG), ademhaling ( sensoren aan neus en mond, sensoren voor buik en borstkasbeweging) beenbeweging, snurken ( microfoon),zuurstofsaturatie (pulsoxymetrie), hartritme (EKG),lichaamshouding ( positiesensor).Er gebeurt ook een videoregistratie met een infraroodcamera.
De sensoren en electroden zijn daarbij zo klein mogelijk gehouden ,zodat de hinder beperkt blijft en slapen voor de patient nog mogelijk is.
De patient met slaapstoornissen
Wanneer we over slaapstoornissen spreken, denkt iedereen onmiddellijk aan slapeloosheid. Dis inderdaad een klacht die de patient zelf het meest naar voor zal brengen, doch er zijn heel wat problemen die de patient soms zelf niet gewaar wordt en eventueel zal negeren. Ondervraging van de partner is daarom ook belangrijk. Er moet navraag gedaan worden naar abnormale gedragingen tijdens de slaap ( praten,snurken, beenbewegen, ademhalingsstilstanden….). Een van de belangrijkste problemen is overdreven slaperigheid overdag, zelfs bij mensen die denken s’nachts goed te slapen.
In 1990 werd de ‘ International classification of Sleep Disorders ‘ opgesteld. Deze lijst telt meer dan 80 aandoeningen.
Obstructief slaapapneu syndroom
Wat is apneu?
Bij een obstructieve apneu treedt er tijdens een inademing een afsluiting van de luchttoevoer op door een collaps in de keelholte ( figuur). Dit kan aanleiding geven tot een zuurstof daling en een kort ontwaken met hervatten van de normale ademhaling.
Bij een hypopneu blijft er een beperkte luchtstroom aanwezig, doch onvoldoende om adequate zuurstof toevoer te verzekeren.
Apneus en hypopneus verstoren de slaapkwaliteit en geven zo aanleiding tot overdreven slaperigheid overdag.
OSA : een veelvoorkomend probleem
OSA ( obstructief slaap apneu syndroom ) is een frequent en volkomen onderschat probleem. Bij een eerste beschrijving dacht men dat men met een curiosum te doen had.
Recents studies zowel in de USA als in Europa tonen de omvang van het probleem. Een studie uit 1993, gepubliceerd in de New England Journal of Medicine, bestudeerde een bevolkingsgroep tussen 30 en 60 jaar en vond bij 24 % van de mannen en bij 9 % vna de vrouwen ademhalingsstoornissen tijdens de slaap. Bij 4 % van de mannen en 2% van de vrouwen ging het om een belangrijk OSA.
OSA is ook een ernstig probleem. Behoudens het sociaal en economisch minder functioneren van de patient is er meer en meer evidentie dat er ook een groter risico is op oa beroerte en hartinfarct.
Risicofactoren voor OSA
Er zijn een aantal risicofactoren die bij een patient kunnen aanwezig zijn en die ons bij een patient met chronische moeheid of slaperigheid overdag moeten doen denken aan OSA
- overgewicht
- mannelijk geslacht
- hoge bloeddruk
- afwijkingen in de bovenste luchtwegen
- gelaatsafwijkingen
- hormonale stoornissen
- neurologische aandoeningen
Nachtelijke symptomen
OSA geeft een aantal nachtelijke symptomen waarvan de patient zelf meestal niet op de hoogte is of ze zal ontkennen.
Meest opvallend is het zeer luide snurken, dat voor de bedpartner en de huisgenoten dermate hinderend is dat het hun slaap stoort. Vaak worden er ademhalingsstilstanden opmerkt die vrij lang kunnen duren.
Patienten met OSA zijn vaak woelig in bed , zweten vaak veel en moeten soms meer plassen s’nachts.
Symptomen overdag
Ook hier gaat de patient vaak zijn klachten minimaliseren en het zal vaak de omgeving zijn die aandringt op medisch consult. Er kunnen onder andere volgende klachten zijn:
- Overdreven slaperigheid overdag : dit kan men nagaan door het checken van een aantal standaardsituaties : zitten lezen, TV kijken, passief in de auto meerijden ...
- Ochtendhoofdpijn
- Concentratiestoornissen
- ‘ Depressieve ‘ indruk.
- Ochtend verwardheid en slaapdronken toestand
- libido verlies
- verkeers- en arbeidsongevallen
Diagnose
Om de diagnose met zekerheid te stellen is een slaaponderzoek vereist. De patient komt rond 20u naar het ziekenhuis. De ‘ installatie ‘ van de patiënt door de verplegende vergt een 45 min. Daarna kan de patiënt nog wat TV kijken en als de lichten gedoofd worden, wordt de registratie gestart. Na 8u registratie kan de patient naar huis en eventueel nog naar zijn werk.
Behandeling
Aanpak van de risicofactoren
Bij overgewicht is altijd vermagering een eerste maatregel. Alcohol en kalmeermiddelen, die de apneus doen toenemen, moeten voor het slapen gaan vermeden worden. Bij patienten die enkel apneus doen is ruglig, kan houdings training geprobeerd worden. Hierbij kan men een hard voorwerp ( vb een golfbal of tennisbal ) op de rug vastmaken.
Nasale CPAP ( continuous positive airway pressure )
Een toestel blaast hierbij positieve druk via een neusmasker en houdt daardoor het samenvallen van de bovenste luchtwegen tegen. .De therapie is zeer efficient en is bij ernstig obstructief slaapapneu syndroom de standaard. Het resultaat van de behandeling is na enkele nachten vaak spectaculair. De patient voelt zich terug fit bij het opstaan, iets wat hij soms in jaren niet meer is geweest. Onze dienst pneumologie heeft al een jarenlange ervaring met deze behandeling en kon al heel wat patienten op deze manier helpen.
Chirurgie
Afwijkingen in de bovenste luchtwegen kunnen gecorrigeerd zo deze aanwezig zijn.
In geselecteerde gevallen kan men overgaan tot uvulopalatopharyngoplastie (UPPP), laser assisted uvoloplastie,( LAUP ) of maxillofaciale chirurgie.
Mondapparaatjes
Er zijn mondapparaatjes beschikbaar die de onderkaak naar voor brengen om zo het dichtvallen van de luchtwegen en het snurken te voorkomen. De apparaatjes zijn vooral bruikbaar bij gewone snurkers of mensen met een eerder licht OSA syndroom.