Inleiding

Het hoeft nauwelijks gezegd dat een instelling als een ziekenhuis een weloverwogen planning en uitvoering niet kan missen. Uitgebreide studies werden gemaakt, een voortdurende aanpassing aan de evolutie van de geneeskunde en het inwonersaantal van Roeselare was noodzakelijk.
En zo is het ziekenhuis langzamerhand gegroeid. En evenals de groei in schuifjes is verlopen, zo ook probeert deze studie de hele evolutie op de voet te volgen en die trapsgewijze ontwikkeling te behouden. Zo hebben we in een eerste deel, dat handelt over de evolutie van de geneeskunde en de daarbij gepaard gaande uitbreiding van de gebouwen, een eerste hoofdstuk over de ontwikkeling van het “Godshuis-Hospitaal”, een gezamelijke groei van het hospitaal (aanvankelijk heel klein) en het Godshuis, in hetzelfde gebouw. Hierin kunnen nog eens 5 verschillende fasen worden onderscheiden met ieder zijn eigen belang en betekenis.
Het tweede hoofdstuk heeft het over de autonome ontwikkeling van het hospitaal tot het stedelijk ziekenhuis van Roeselare. Een ontwikkeling die eigenlijk al een beetje besloten ligt in de veranderende naamgeving.
De materniteit, die zonder twijfel een integrerend deel van het ziekenhuis uitmaakt, al staat het gebouw los van het ziekenhuis, (een uitzonderlijke vaststelling als we even vergelijken met andere instellingen in Vlaanderen), wordt behandeld in een derde hoofdstuk.
De definitieve scheiding tussen Godshuis en hospitaal werd in 1967 doorgevoerd. De autonome ontwikkeling van het Godshuis wordt in een tweede deel weergegeven onder de titel “bejaardenzorg”. Er wordt afzonderlijk aandacht besteed aan het Godshuis, Huize Ten Hove, St.-Henricus te Rumbeke, de instelling chronische bejaarden en de bejaardenhuisjes.
Uiteindelijk worden voor ziekenhuis, rustoord en materniteit de toekomstperspectieven nog eens besproken, omdat een dergelijke instelling nu eenmaal een "rusteloze materie" is, en er voortdurend naar verandering, vergroting en verbetering moet worden gestreefd!
Een derde deel legt het zwaartepunt op de personen die een rol hebben gespeeld in de groei en de bloei van het Godshuis-Hospitaal. Daarin zijn vervolgens te onderscheiden het bestuur onder zijn verschillende gedaantes en samenstellingen, het medisch team, bij de start heel beperkt, later uitgroeiend tot een volwaardig geheel dat de hele moderne medische wetenschap bestrijkt, de sociale dienst en uiteindelijk de religieuze gemeenschap, wiens taak in de loop der jaren sterk is gewijzigd, maar waarop in alle omstandigheden kon worden gerekend.